De tweeduizend driehonderd inwoners van Saint-Pons leven in de vallei van de Jaur, aan de voet van het hooggebergte, van waaruit de toeristen vertrekken voor prachtige wandelingen. In dit adembenemend landschap van het natuurreservaat van de haut Languedoc zulte u Saint-Pons een bijzonder onthaalvriendelijk stadje vinden, waar u onder andere de Benediktijnen-abdij, gesticht in 936 door de graaf van Toulouse, Raymond PONS, kunt bewonderen en bezoeken.
Deze oude abdij, gebouwd in de 12de eeuw, en omgebouwd in de 15de, 16de en 18de eeuw tot kathedraal kunt u met een gids bezoeken. Het portaal van de kathedraal, door de bevolking « Porte des Morts » gedoopt, is prachtig gedecoreerd. De binnenkant van de kathedraal heeft vrij veel wijzigingen ondergaan door de eeuwen heen. De moeite waard om te bezoeken is het koor, afgesloten door een zeer mooi hek, en versierd met marmeren decoratiestukken. In het koor staat ook een prachtig orgel dat uit de 18de eeuw dateert.
Als u geïnteresseerd bent in de geschiedenis van het marmer van Saint-Pons dan hoeft u maar de verschillende wandelingen te volgen die u bij uw aankomst zullen aangeboden worden, waarvan de kortste in het stadscentrum en de meest sportieve rondom het stadje Saint-Pons.
Dit museum, waar u ook een begeleid bezoek kan aanvragen, heeft haar deuren geopend in 1985, en dit dankzij de giften van Gabriel Rodriguez, pre-historicus. Tientallen voorwerpen, afkomstig van de opgravingen in de grotten van Camprafaud en Respandy geven u een duidelijk beeld van de verschillende beschavingen die elkaar opgevolgd hebben in de onmiddellijke omgeving van Saint-Pons de Thomières. Het museum beschikt ook over een verzameling voorwerpen van het bronzen tijdperk tot de middeleeuwen.
Het frisse water van de bron laat u toe de toren met kantelen van de graaf Pons te bewonderen. Deze toren behoorde tot het versterkte bisschoppelijk paleis. Aan de voet van de rots ontspringt de Jaur.
De indrukwekkende tweehonderd meter hoge waterval op de enorme granieten blokken die vroeger te bezichtigen was, heeft helaas moeten plaats maken voor een hydro-elektrische stuwdam, waardoor een deel van de charme van het meer verloren is gegaan. Desondanks blijft het meer van Vésoles een bezoek waard, zeker voor de zeilliefhebbers, want zeilen is toegelaten op het meer.
Dit meer, met een oppervlakte van 400 hectaren en met een lengte van twaalf kilometer, ligt in het hartje van het prachtige woud tussen de dennen en beuken. De zwemmers en de zeilers kunnen hier ten volle hun hart ophalen. U kunt er ook waterfietsen,kano’s en bootjes huren. Ook vissen is toegelaten. Voor wie liever wandelt of fietst zijn er rondom het meer ontelbare wandelwegen tussen de bomen. De stuwdam van EDF, de franse electriciteitsmaatschappij, ligt aan de oorsprong van dit meer en is een bouwwerk van meer dan 35 meter hoog. De stuwdam is niet alleen nuttig voor de produktie van electriciteit, maar helpt ook het debiet van de Agoûtrivier onder controle te houden. Het meer van Raviège dankt zijn naam aan het gelijknamig gehuchtje, dat bij de aanleg van de stuwdam onder het waterniveau van het meer is terecht gekomen.
De grot van Devèze, die zich in het Natuurpark van de Haut Languedoc bevindt, is toevallig ontdekt tijdens werken voor de aanleg van een spoorweglijn. Het is een « levende », authentieke grot, die beschouwd wordt als één van de mooiste van Frankrijk. U zult verrast zijn van de « finesse » van haar druipstenen. De grot wordt ook wel « het paleis van de glasspinster » genoemd.
Aan de ingang van de grot van Devèze kunt u het speleologisch museum bezoeken, dat één van de rijkste verzamelingen documenten, materiaal en originele voorwerpen bevat in verband met onderaardse onderzoeken. U krijgt de nodige uitleg over de ontwikkeling van grotholtes en druipsteenverschijnselen. U zult er het ontstaan van de dieptes ontdekken en de fauna, heden ten dage verdwenen, die onze grotten bevolkte. In dit museum krijgt u een echte initiatie in wetenschappelijke speleologie, maar verstaanbaar voor iedereen.
De grot van Ponderatz is, dankzij haar ondergronds netwerk, een enorm avonturen- en ontdekkingsterrein. Voor een bezoek aan deze bijzondere grot wordt u al het nodige speleologisch materiaal ter beschikking gesteld. In de grot zelf wordt u begeleid door een opgeleide en gediplomeerde gids, met wie u de gangen en galerijen, de zalen en de ondergrondse rivier zult ontdekken. Er zijn verschillende trajekten mogelijk, de één al sportiever dan de ander, maar allemaal zijn ze sensationeel !
Dit pittoreske dorpje, dat aan de voet van het massief van Espinouse ligt, heeft de eer geklasseerd te zijn als « un des plus beaux villages de France », één van de mooiste dorpjes van Frankrijk. Men heeft de indruk dat het dorpje zich vastklampt aan het voorgebergte van het massief en dat de Jaurrivier zich er rond geslingerd heeft. De smalle steile straatjes en het torentje dat hen bewaakt, domineren de kersenwijngaarden die zich in de vallei uitstrekken. Van hieruit heeft u een prachtig zicht op de Jaurrivier en op de Espinouse of de Caroux, wiens bergtoppen u aan de horizon ziet.
Een drie uur durende wandeling (heen- en terug) laat u de prachtige bergengtes en gleuven bewonderen. De wilde flora geeft een adembenemende kleur aan de rotsen. U volgt de route langs de bergstroom tussen de hoge rotsen. De bergstroom kalmeert wanneer hij uitmondt in wat hier «les piscines, de zwembaden » wordt genoemd, het grootste ervan is le gouffre du Cérisier, « de kersenput ». U kunt er picknicken aan de rand van het water en het prachtige circus van Farrières bewonderen met zijn rotsnaalden. Aan het einde van de heenwandeling komt u in het gehuchtje Héric, met zijn daken " en lauzes " (dakpannen in een soort leisteen).
De ruïnes van de middeleeuwse toren domineren de geplaveide straatjes van dit dorpje dat een exceptioneel klimaat heeft waardoor in volle grond de alombekende mimosabloemen (de bloei heeft plaats in februari), sinaasappel-, citroen-en mandarinebomen groeien.
De tuin is aangelegd boven het dorpje op verschillende terrassen. De tuin heeft een verzameling van ongeveer vierhonderd mediterrane en exotische planten, waaronder de Cactussen van Barbarie, wiens vruchten eetbaar zijn, aardbeibomen, jujubebomen, jeneverbessenstruiken en japanse mispelbomen.
De marmergroeve van Coumiac is uitgebaat tot in 1965. Het marmer is rood en wordt in de streek « antiek » marmer genoemd. De marmergroeve heeft grote naam gemaakt door onder andere het marmer te leveren dat gebruikt is voor de versiering van sommige kamers in het Witte Huis in Washington.
In het Occitaans : « Sanch Inhan ». De wijn Saint-Chinian heeft sinds 1982 zijn « appellation d’origine controlée ».De wijngaarden van Saint-Chinian strekken zich uit over een twintigtal dorpjes ten zuidoosten van Saint-Pons. Ze produceren één van de grootste « grands crus » van de streek. Het dorpje Saint-Chinian is een typisch pittoresk zuidfrans dorpje dat zich uitstrekt van de Orb tot de Verzanobre met als achtergrond de bergtoppen van de Caroux en de Espinouse.
In Ensérune voelt en ziet men nog de aanwezigheid van de vestigingen van een versterkte stad, met verschillende lagen van preromeinse beschaving. Het oppidum hangt over de uitgestrekte vlaktes en het is de mediterrane ligging die dit oord zo interessant maakt. Het museum werd gebouwd op de plaats van de oude stad en heeft een verzameling van allerlei voorwerpen uit het dagdagelijkse lokale leven van de 6de eeuw V.C. tot de 1ste eeuw N.C. Wat u zeker niet mag missen in Ensérune is het unieke panorama op het oude « meer van Montady ». Het meer werd drooggelegd in 1247.
De stad is gebouwd op een strategische plaats, omringd door trappen, en heeft een prachtige kathedraal. De wijnliefhebbers moeten Béziers zeker bezoeken want het is de hoofdstad van de wijnstreek van de Languedoc. Het is ook de geboortestad van Pierre Paul Riquet, welbekend bij de waterliefhebbers, en aanlegger van « le canal du midi ». De stad Béziers is ook enorm gekend voor de feestelijke beroering die er heerst tijdens de maand augustus op het moment van de « feria », de jaarmarkt.
Het « canal du Midi » is een staaltje van technische hoogstand, maar het kanaal heeft vooral veel succes omwille van zijn prachtige oevers, de kalmte van zijn waterloop, en de rijkdom van zijn reisroute die u door de hele Languedoc leiden. Een reisje op het kanaal sleept u van de Méditerranée tot de Lauragais, langs idyllische landschappen, steden met een rijke geschiedenis en interessante monumenten.
Carcassonne is gewoonweg wonderlijk ! U kunt niet anders doen dan deze middeleeuwse stad te bewonderen, die de omliggende wijngaarden domineert en als adembenemende achtergrond de « garrigue » van Corbières heeft. In 1996 is het « canal du midi » door de UNESCO geklasseerd als werelderfgoed. In 1997 is het de beurt aan Carcassonne. Iedereen die door de kleine straatjes slentert, langs de vestigingsmuren loopt en het kasteel bezoekt, blijft zich Carcassonne eeuwig herinneren. Wist u dat Carcassonne de grootste versterkte stad van Europa is ? Ze omvat een versterkte kern, het kasteel Comtal, en een dubbele ringmuur : de buitenste telt veertien torens en is gescheiden van de binnenste - die vierentwintig torens telt - door verschansingen.
« Le pays Cathare » dat zich uitstrekt van aan de Middellandse Zee tot aan de Pyreneeën, heeft een grote verscheidenheid aan prestigieuze plaatsen en landschappen. U zult de kastelen, de abdijen en de Romaanse kloosters kunnen bewonderen in een natuurlijk kader. In de twaalfde eeuw heeft zich in deze streek een onafhankelijke christelijke religie ontwikkeld : het katharisme. Dit geloof gebaseerd op het christianisme, kritiseerde het catholicisme en heeft zich razendsnel ontwikkeld in Occitanië. Om deze ontwikkeling te stoppen, lanceerde de paus een kruistocht tegen de Albigenzen. Deze kruistocht draaide uiteindelijk uit op een regelrechte oorlog tussen de landsheren uit het noorden en de Occitaanse landheren. De inquisitierechtbanken bekwamen uiteindelijk een definitieve uitroeiing van de Katharen. Alhoewel het catharisme werd uitgeroeid, blijft het in de Occitaanse cultuur een symbool van vrijheid, verdraagzaamheid en openheid. Enkel de kastelen, abdijen en musea in het land van de Katharen getuigen nog van het gevecht dat hier geleverd werd.
Minerve strekt zich uit op een rotsachtig voorgebergte. Het is bijna een echt eiland, losgetrokken van de Causse door het effect van de ijstijd erosie, en later die van de rivieren. De stad, die een dorre doorgang, ingesneden in de bergengten van Cesse en van Brian, domineert, is een zeer pittoreske plaats, vol van bezienswaardigheden, zoals zijn natuurlijke bruggen. Men beweert nog altijd de echo te horen van de kathaarse tragedie : het is inderdaad hier dat de eerste brandstapel werd aangestoken naar aanleiding van de kruistocht tegen de Albigenzen. Meer dan honderd vijftig Katharen offerden zichzelf op de brandstapel op uit respect voor hun geloof.
Het zwarte gebergte : in het natuurpark van de Haut Languedoc bevindt zich een karakteristiek grondgebied waar Atlantische en mediterrane invloeden elkaar kruisen. Het zwarte gebergte lijkt één van de laatste bolwerken van het centraal massief. Het zijn sombere wouden en rotsen die verdonkerd lijken door de jaren. Plots zult u het gebergte waarnemen, boven de Thore, ten noorden, alsof ze het Pyreneeëngebergte in het oog houdt. Ten zuiden loopt ze in zachte helllingen naar beneden tot aan de vlaktes van de Lauragais en de Minervois. In « la montagne noire » zullen de bezoekers verborgen schatten vinden zoals de « Gouffre de Cabrespine » of de grotten van Limousis, die de deuren van een mysterieus domein openen.
Castres heeft lang een grote welvaart gekend door het textiel. De huisjes - die langs de oevers van de Agoût-rivier liggen - van de wevers, de textielververs, de leerlooiers en opmakers getuigen van het rijke verleden van Castres. Heden ten dage heeft de stad een fantastisch museum : het museum van Spaanse kunst. De plannen voor dit gebouw werden gerealiseerd door Mansart, de plannen voor de tuinen door Le Nôtre. Het museum stelt permanent een uitzonderlijke verzameling van de werken van Goya ten toon. Castres is bovendien omringd door een prachtig landschap ; men heeft zicht op Le Sidobre, het zwarte gebergte en de bergen van Lacaune.
Le Sidobre heeft een aantal enorme graniet-steengroeves, die getuigen van zijn economisch belang, maar voor de toeristen loont dit ook de moeite : de Sidobre biedt u bizarre landschappen aan van granieten blokken, die tot bollen gebeeldhouwd lijken : dit is het effect van erosie. De enorme afgeronde blokken, sommige op elkaar alsof ze een evenwichtdans doen, andere alsof ze een rivier vormen, wat men hier « compayrés » noemt, maken van Le Sidobre een toeristische trekpleister.
Dit kuuroord is voorzien van thermale bronnen. Vanuit Lacaune kunt u vertrekken om prachtige wandelingen te maken door het omliggende gebergte of in de frisse vallei van Gijou. De Belgen onder u zullen aangenaam verrast zijn als ze op de « place du Griffoul », in het centrum van de stad de fontein van de pisserkes ontdekken. Dit zal hen ongetwijfeld herinneringen oproepen aan de hoofdstad van het vaderland ...
De uitbating van het thermaal station van Lamalou gaat terug tot in de achtste eeuw. Het is dan dat men het helend karakter van het water heeft ontdekt. Dit is echter niet het enige aspect dat Lamalou aantrekkelijk maakt : het is een uitstekende vertrekplaats voor excursies in de Caroux. Wist u dat er niet minder dan vijftien bronnen ontspringen langs de geologische breuklijn, die het kleine dalletje doorkruisen. Deze bronnen zijn rijk aan calcium, ijzer, kalium, magnesium en bicarbonaten. Ze bevatten ook natuurlijk koolzuurgas.